Surinaamse school

De ontwikkeling van het kunst(vak)onderwijs is van grote invloed geweest op de professionalisering van de kunstbeoefening, en daarmee op de ontwikkeling van de schilderkunst. Surinaamse pioniers die een grote stimulans zijn geweest voor andere kunstenaars krijgen daarom bijzondere aandacht in de tentoonstelling. Met een team van gastcuratoren is onderzocht wie Surinaamse kunst op de kaart heeft gezet. Sommige kunstenaars bedreven gelijktijdig met hun artistieke werk sociaal-maatschappelijk en politiek activisme ter bevordering van een (cultureel) zelfstandig Suriname. Ook het werk van kunstenaars die lange tijd in Amsterdam werkzaam zijn geweest, zoals Armand Baag en Quintus Jan Telting, wordt uitgebreid gepresenteerd in Surinaamse School.

De tentoonstelling ‘Surinaamse School’ heeft de ambitie om tussen verschillende generaties Surinaamse kunstenaars de samenhang en dynamiek te onderzoeken. De chronologisch-thematische insteek van de tentoonstelling laat zien dat er geen eenduidige definitie is van ‘Surinaamse’ schilderkunst, maar dat er toch terugkerende genres en onderwerpen zijn. De rijkdom en levendigheid van de werken in de tentoonstelling nodigen uit tot meer onderzoek en presentaties in de toekomst.

— Gastcuratoren van de tentoonstelling

De historische collectie van het Stedelijk omvat slechts een aantal werken van Surinaamse kunstenaars. Dankzij de vele bruikleengevers uit Suriname en Nederland kunnen we deze tentoonstelling realiseren. Zij stellen het museum in staat om verschillende perspectieven op de Surinaamse schilderkunst te presenteren en hun plek in het collectief geheugen verder te bestendigen.

— Rein Wolfs, directeur Stedelijk Museum Amsterdam

In het jaar waarin Suriname 45 jaar onafhankelijkheid viert, herinnert ook de tentoonstelling aan de gedeelde geschiedenis met Nederland. Door de langdurige Nederlandse koloniale overheersing was er bijvoorbeeld gebrek aan (bevoegd) kunstonderwijs in eigen land en waren kunstenaars lange tijd aangewezen op Nederland om hun kunstopleiding te vervolgen. Veel kunstenaars zijn daarna permanent of tijdelijk naar Suriname teruggekeerd. Zo vervolgde Jules Chin A Foeng zijn opleiding in Nederland en stimuleerde bij terugkomst in Suriname het surinamisme in zijn werk en kunstonderwijs.
Naast de artistieke vorming in eigen land, die zich ontwikkelde tegen de achtergrond van groeiend nationalisme, processen van dekolonisatie en natievorming, is onder meer de artistieke beweging tussen Suriname en Nederland  van invloed geweest op het werk en leven van verschillende kunstenaars in de tentoonstelling.

 

Kunstenaars in de tentoonstelling: Armand Baag; Wim Bos Verschuur; Robert Bosari; Jules Chin A Foeng; Frank Creton; Augusta en Anna Curiel; Felix de Rooy; Robbert Doelwijt; Wilgo Elshot; Ron Flu; Rudi Getrouw; Leo Glans; Eddy Goedhart; Nola Hatterman; Soeki Irodikromo; Rihana Jamaludin; Jean Georges Pandellis; Rinaldo Klas; Noni Lichtveld; Hans Lie; Guillaume Lo-A-Njoe; Nic Loning; Rudy Maynard; Jacques Anton Philipszoon; George Ramjiawansingh; Stuart Robles de Medina; George Gerhardus Theodorus Rustwijk; Cliff San A Jong; Gerrit Schouten; Govert Jan Telting; Quintus Jan Telting; René Tosari; Erwin de Vries; Paul Woei; Leo Wong Loi Sing.

De tentoonstelling is samengesteld door gastcuratoren Jessica de Abreu (antropoloog en medeoprichter The Black Archives), Mitchell Esajas (antropoloog en medeoprichter New Urban Collective en The Black Archives), Bart Krieger (publicist, zelfstandig kunsthistorisch onderzoeker en oprichter BAM! De Kunst Toko) en Ellen de Vries (publicist en zelfstandig onderzoeker) in samenwerking met Stedelijk Museum Amsterdam-medewerkers Inez Blanca van der Scheer (projectleider STUDIO i), Claire van Els (curator) en Carlien Lammers (medewerker inclusie). Ellen de Vries is initiatiefnemer van het projectvoorstel. Het tentoonstellingsconcept is ontwikkeld door de werkgroep van (gast)curatoren. Chandra van Binnendijk (zelfstandig publicist en redacteur in Suriname) is betrokken als inhoudelijk redacteur en adviseur van het tentoonstellingsconcept.

 
 

Top: Erwin de Vries, ‘Abstract’, 1969, olieverf op doek. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam.
Links: Nola Hatterman, ‘Louis Richard Drenthe / Op het terras’, 1930, olieverf op doek. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam
Rechts: Armand Baag, ‘Familieportet Baag’, 1989, olieverf op doek. Collectie Joyce, Sura en Surina Baag, Amsterdam
Midden: Jules Chin A Foeng, ‘Chinese slippers’, 1980-1983, olieverf op doek. Collectie Patrick Chin A Foeng

 
 
Koop je tickets hier
Dit bericht is gepost in Nieuws. Bookmark de link.
X